En dat varken dan?
Het verhaal van Bemelen
EN DAT VARKEN DAN?
De oudste tot nu toe vermelding van de Antoniusviering in Bemelen vonden we in het weekblad ‘Ons Zuiden’ van 18 januari 1894. ‘Gisteren, bij gelegenheid van ’t feest van St. Antonius, was het wederom bijzonder druk in ons anders zoo stil en nederig dorp. Men kan gerust het getal vreemdelingen op duizenden schatten, die de voorspraak van den Heiligen zijn komen afsmeeken tot behoud van hun vee. Reeds vroeg begonnen de H. Missen waarna eene plechtige Hoogmis, waaronder een Eerw. Pater op talentvolle wijze de feestpreek hield en het zangkoor vrij goed een muzikale Mis uitvoerde. Aangezien het groote aantal vreemdelingen is toch alles in de beste orde afgeloopen.’
Uit die tekst – zie het ‘wederom’ – valt in ieder geval af te leiden dat de Antoniusviering en de daaraan gekoppelde bedevaart naar Bemelen toen al een langer bestaande traditie was. Ook het aantal bezoekers pleit daarvoor. Om duizenden bezoekers te trekken, ook al is dat aantal door de verslaggever van ‘Ons Zuiden’ wellicht wat al te rooskleurig ingeschat, moet een traditie al stevig in de samenleving verankerd zijn.
Hoe de verering van Sint-Antonius in Bemelen ontstaan is, blijft onduidelijk. Wellicht heeft het te maken met de naar hem genoemde kloosterorde van de Antonieten, die in de loop van de middeleeuwen grootgrondbezitter werd in wat nu Sint-Antoniusbank heet, een buurtschap die weliswaar nooit tot de gemeente Bemelen heeft behoord maar wel van oudsher in Bemelen ter kerke ging. Dat er al snel een hechte band ontstond tussen Sint-Antonius, patroonheilige van (onder meer) alles wat met vee, en in het bijzonder met varkens, te maken heeft, en de kleine boerendorpsgemeenschap Bemelen.
Om vooraf een (mogelijk) misverstand uit de weg te ruimen: de Sint-Antonius die in Bemelen vereerd werd (en wordt) is niet de Sint-Antonius die door het volk werd (en misschien nog wel eens wordt) aangeroepen als patroon van verloren zaken: ‘Heilige Antonius, beste vrind, zorg dat ik mijn... weer vind.’ In dat laatste geval gaat het om Sint-Antonius van Padua, die leefde van 1195-1231. De ‘Bemelense’ Sint-Teunis is Antonius Abt, ook wel Antonius de Grote genoemd, een Egyptische heilige die in de derde en vierde eeuw na Christus leefde als kluizenaar in de woestijn en daar de basis legde voor wat later de eerste kloosterordes zouden worden.
Feit: deze Antonius Abt had tijdens zijn leven helemaal niets met varkens te maken. In geen enkele oude levensbeschrijving van de heilige komt een varken voor. Dat hij desondanks vaak wordt afgebeeld met een varken aan zijn voeten, is een gewoonte die uit de middeleeuwen dateert. Waarom een varken? Daarover doen verschillende verhalen de ronde.
Een eerste verklaring ligt bij de orde van de Antonieten. De leden van die orde hielden zich vooral bezig met het verplegen van zieken. Uit dankbaarheid voor hun werk, zo gaat het verhaal, mochten de Antonieten hun varkens vrij laten rondlopen door dorp en stad. Op 17 januari, de naamdag van Antonius, werden die varkens geslacht en werd een deel van hun vlees onder de armen verdeeld. Een gewoonte die tot en met vandaag bij sommige Antoniusvieringen – met name in Vlaanderen, waar het feest tot immaterieel cultureel erfgoed is bestempeld – in leven wordt gehouden door de verkoop van varkenskoppen of varkensvlees.
Er is ook een alternatieve verklaring voor het varken van Sint-Teunis. De heilige zou tijdens zijn kluizenaarsbestaan in de Egyptische woestijn voortdurend door de duivel belaagd zijn. Satan probeerde hem te verleiden om van zijn geloof af te stappen en te kiezen voor een leven van wereldse geneugten, van rijkdom tot gewillige vrouwen. Antonius weerstond de verleiding – anders zou hij ook nooit heilig zijn geworden – en ter herinnering daaraan ligt of staat het varken, symbool van gulzigheid en ondeugd, nederig aan zijn voeten.
Hoe het ook zij, voor de boerenbevolking van Bemelen was het varken van Sint-Teunis vooral het symbool van zijn beschermende hand boven hun vee, hun belangrijkste bron van inkomen. Die beschermende hand namen ze tijdens de Antoniusviering mee naar huis via het door de pastoor in naam van Antonius gezegende brood. En natuurlijk was er, zoals gewoonlijk bij dit soort vieringen en bedevaarten, de kermis. Want een naamdag verdient een feestje, en in het midden van de winter vormde de kermis een welkom lichtpuntje in donkere dagen.
In het begin van de 20e eeuw was de Antoniusviering in Bemelen nog springlevend, getuige een bericht in de ‘Limburger Koerier’ van 23 januari 1904: ‘In Bemelen werd op 17 Jan. weer het feest gevierd van de H. Antonius. Zelden zag men meer vereerders dan dit jaar.’ Maar een halve eeuw later was de belangstelling voor de bedevaart naar Bemelen, waaraan vooral inwoners uit de omringende dorpen deelnamen, flink geslonken. En ook de winterkermis leed daaronder.
In ‘De Geulbode’ van 11 januari 1952 werden in de aanloop naar het feest al wat stevige kanttekeningen geplaatst: ‘Als men de mensen hoort vertellen over Sint-Teunis van vroeger dagen, dan lijkt ‘t wel een sprookje, want de laatste jaren is het met deze Heilige niet zo bijster druk. In de kerk en in huis wordt dit feest gevierd, maar op straat merkt men er niets van… En vroeger: een stroom pelgrims kwam dan naar Bemelen om door de voorspraak van deze Heilige van God te verkrijgen dat de stallen voor veeziekten zouden worden gespaard. (…) Drommen mensen van heinde en verre kwamen naar Bemelen en in de cafés, toen zeven in getal, was het gezellig druk. En nu… niets te beleven. ’t Lijkt wel of deze Heilige in diskrediet is geraakt. (…) Is het vertrouwen van onze goede Limburgse Katholieken geschokt? Of is Bemelen voor de pelgrims niet meer aantrekkelijk genoeg?’
Toch: in datzelfde jaar nam de Jonkheid van Bemelen het besluit om weer wat leven in de brouwerij te brengen door – zo heette het in ‘De Geulbode’ – ‘de jeugd te vergasten op een dansje’. Muziek, een beetje kermis. En ook nog elk jaar de zegening van het brood in de kerk. De Antoniusviering bleef in leven, al was het soms een wat kwakkelend leven. In de jaren ’70 dreigde zelfs een voortijdig einde van de traditie, toen de broodzegening een aantal jaren werd overgeslagen. Dat leidde tot protesten, Pastoor Edmond Beel blies de Antoniusviering in 1977 met succes nieuw leven in. En sindsdien viert Bemelen op 17 januari weer volop de naamdag van Sint-Teunis, zowel in de kerk als in het café.
Fotobijschriften:
- Het uit de 16de of 17de eeuw daterende beeld van Sint-Teunis met het varken in de kerk van Bemelen. (foto Paul Nieuwenhuis)
- Fragment van het schilderij ‘De verleiding van Sint-Antonius’ van Jeroen Bosch (1450-1516) of een van zijn opvolgers. (Museo del Prado, Madrid)
- Beeld van de optocht – met het varken - tijdens de Antoniusviering in het Vlaamse Edegem.
Heemkunderubriek Tump januari 2026
Sint Antonius Abt wordt meestal afgebeeld met de letter Tau ( Ͳ ). Deze Tau werd het embleem van de Antonieten. Bij vele afbeeldingen van de heilige zien we vaak een varken, een fakkel, een staf, een boek, een klokje, een rozenkrans en een duiveltje.








