Ga naar de inhoud

Over as en haringen - Stichting Heemkunde Bemelen

Menu overslaan

Over as en haringen

Het verhaal van Bemelen
OVER AS EN HARINGEN
 
Nog even, en het is weer zover… Carnaval. Vastelaovend. De drie dolle dagen. Geef het maar een naam. Even stoom afblazen, even uit je bol gaan, waarna je – als alles meezit – het echte leven weer een jaar lang aankunt. Hoe vaak hoor je tijdens die dagen: dit zou moeten blijven duren? Wat als het een heel jaar lang carnaval zou zijn? Nou, dat zou waarschijnlijk al snel gaan vervelen.

Een feest is pas echt een feest als er behalve een begin ook een einde aan zit. Als het feesten eindeloos doorgaat, is het al snel geen feest meer, maar wordt het een (saaie) gewoonte. Het unieke van carnaval is juist dat het, net als alle grote jaarfeesten, een toppunt in het jaar is, dat het maar een korte periode duurt, dat er een grens aan zit. Waarna je – dat is dan ook wel weer waar – weer langzaam, stapje voor stapje, als achtergrondmuziek bij het gewone dagelijkse leven, toe kunt groeien naar de volgende editie.
 
Daarom nu alvast een voorproefje. Een vooruitblik naar het onvermijdelijke einde. Aswoensdag.

Om te beginnen: de term vastenavond – ons vastelaovend – heeft volgens taalkundigen waarschijnlijk niets te maken met wat op het eerste gezicht logisch lijkt: de avond (of de dag) voor het begin van de vastentijd. Vermoedelijk is vastelaovend afgeleid van de oud-Duitse term faseln.  Dat klinkt een beetje naar ons wazele, en dat is het ook: leuteren, zwammen, flauwekul maken. Het Rijnlands kent al heel lang de term Fastelovend, soms ook Fasteleer. De avond van de zwammende dwazen. Een vage verwijzing naar de oeroude feesten om de nieuwe lente te verwelkomen, waarbij de remmen in alle opzichten even helemaal losgelaten werden.

Dat wij vastelaovend nu wél heel nadrukkelijk koppelen aan de vastentijd, heeft te maken met de manier waarop het christendom voor en na bijna alle ‘heidense’ feesten – met de nodige, vaak forse aanpassingen – opgenomen heeft in zijn eigen jaarkalender. In die zin werd vastelaovend niet meer en niet minder dan wat het woord zegt: de avond (of dag) voor het begin van de vastentijd. De laatste kans om even helemaal uit de band te springen voordat de ernst en de soberheid de teugels weer in handen namen. Overigens: die éne vastelaovend groeide – niets menselijks was onze voorouder vreemd… - al heel snel uit tot een meerdaagse aanloop naar de vasten.

De tegenstelling tussen vastenavond en de vastendtijd, tussen overdaad en soberheid, was al heel vroeg een dankbaar onderwerp voor kunstenaars. De meest bekende uiting daarvan is het schilderij ‘De strijd tussen Carnaval en Vasten’ van Pieter Bruegel de Oude uit 1559. Een werk vol symbolische verwijzingen, met centraal het tweegevecht tussen de volvette heer Carnaval, gezeten op een biervat en bewapend met een lans in de vorm van een spies vol gebraden speenvarken, en anderzijds de uitgemergelde vrouwe Vasten, tronend op een simpele houten stoel en bewapend met een ovenplank waarop twee iele visjes liggen. Duidelijker kan het niet.

De term vastenavond dook voor het eerst op rond het jaar 1000, toen het begin van de vasten officieel werd vastgesteld op Aswoensdag. De vastentijd voor de Paasdagen, ooit beperkt tot de laatste drie dagen voor het hoogfeest, werd nu een periode van veertig dagen (de tijd die Jezus vastend doorbracht in de woestijn): zeven weken maal zes werkdagen (op zondagen werd/wordt niet gevast), min wat nu carnavalsmaandag en  -dinsdag zijn.

Niet dat vastelaovend of carnaval daarmee ook minder omstreden werd. De kerk heeft nooit echt veel met deze vorm van wereldse – en van oorsprong heidense  - uitspattingen op gehad, er vaak zelfs heftig tegen gestreden. Maar uiteindelijk overwon toch de redenering dat ‘het volk’ zo’n uitlaatklep één keer per jaar nodig had om de rest van de tijd netjes in het gareel te blijven. Om de overgang naar die ‘rest van de tijd’ te benadrukken, is er het assenkruisje. In de Bijbel komt het gebruik van as als teken van berouw regelmatig voor. Wie boete wilde doen, strooide as over zijn hoofd. Vanaf de elfde eeuw werd het gebruikelijk om op  Aswoensdag iedereen – iedere gelovige, toch – met as te ‘tekenen’, als teken van boetedoening voor alle tegen God en de medemens begane zonden.

En dan is er het hieringbiete. Het haring happen. Op Aswoensdag, de eerste dag van de vasten. Maar daar hoort het gebruik eigenlijk helemaal niet thuis. Oorspronkelijk – in de middeleeuwen - maakte het deel uit van een breder scala aan volksspelen, onderdeel van de vastenavondsviering op wat nu carnavalsdinsdag is. Dan werd er niet alleen uitbundig gegeten en gedronken – de Fransen hebben het niet voor niets over mardi gras, vette dinsdag – maar ook gedanst, muziek gemaakt en toneel gespeeld (vaak niet al te fijnzinnig). En er waren (vaak óók weinig fijngevoelige) volksspelen. Ganstrekken, hanen knuppelen, dat soort dingen. En haringbijten.

Op een gegeven moment in de geschiedenis – wanneer precies, dat is niet duidelijk – verhuisde het haringbijten naar Aswoensdag. Dat de haring, die heel lang niet als echt vlees werd beschouwd en dus buiten de regels van de vasten viel – symbolisch goed bij de eerste vastendag paste, speelde wellicht een rol. Hoe dan ook, het volgende bericht uit de Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche Courant van 10 maart 1892 laat zien hoe het er bijna anderhalve eeuw geleden in Limburg, in dit geval specifiek in Montfort, bij het haringhappen aan toeging.

‘Pas is de Hoogmis uit, of in de eerste herberg de beste begint de pret. Aan den zolder hangt een touw voorzien van een haak. Hierin wordt een haring met den kop naar beneden gehangen zoo hoog dat een geoefend springer den haring met den mond tracht machtig te worden. Het happen onder het springen schijnt eene moeielijke toer te zijn. Wien het gelukt, hem den kop af te happen, heeft hem gewonnen en gulweg laat hij zijne medespringers eens bijten. ‘Wel bekome!” De herbergier levert kosteloos de haringen. Menig pekelharinkje wordt op deze manier onder het drinken van een borrel verorberd, de koppen aan een touw geregen en zoo tot de laatste herberg in triomftocht meegevierd. Dat er soms op dezen dag nog wel eens te diep in het glaasje gekeken wordt, behoort niet tot de zeldzaamheden.’

En dat laatste zal sommigen wel bekend voorkomen… Hoe dan ook: voor het zover is, is er eerst nog carnaval te vieren. Alaaf!

Fotobijschriften:
  • Fragmenten uit het symbolische duel tussen Heer Carnaval en Vrouwe Vasten, in 1559 geschilderd door Pieter Bruegel de Oude (Kunsthistorisches Museum Wenen).
  • Het assenkruisje, teken van boete.
  • Hieringbiete… Haring werd niet gezien als vlees, en was dus welkom (en relatief goedkoop) voedsel in de vastentijd.

Heemkunderubriek Tump februari 2026
Stichting Heemkunde Bemelen
Terug naar de inhoud
App-pictogram
Stichting Heemkunde Bemelen Installeer deze applicatie op uw startscherm voor een betere ervaring
Tik op Installatieknop op iOS en vervolgens "Toevoegen aan uw scherm"